Het oog is een belangrijk zintuig voor reptielen. Een prooi partner of rivaal wordt veelal
op het gezicht her kent. De overdag actieve hagedissen en schildpadden schijnen kleuren te
kunnen onderscheiden. Het reptielenoog staat constant op ver weg zien. Dichtbij kijken
gebeurt door samentrekken van een kringspier om de lens waardoor de lens boller wordt. Bij
slangen wordt de lens naar voren geduwd om dichtbij te kijken. De ogen zitten bij de meeste
reptielen op de zijkant van de kop wat resulteerd in een groot gezichtsveld maar in een
beperkte mate van tweeogig (binoculair) zien. Voor het schatten van afstand is binoculair
zien erg belangrijk en reptielen die in een dicht begroeide omgeving leven hebben zich zo
aangepast dat het gezichts veld van beide ogen elkaar kan overlappen. De ogen zijn zo
beweeglijk geworden dat ze beide een prooi recht gelijktijdig aan kunnen kijken (fixeren)
zoals bij kameleons. Of de snuit is zo smal en de pupillen zo gevormd dat het dier naar
voren kan kijken zoals bij veel boomslangen. Het oor bestaat uit een trommelvlies dat aan
het huidoppervlak ligt, er is geen uitwendig oor, en een botje (stapes) dat de trillingen
door het mid denoor doorgeeft aan het inwendig oor. Slangen hebben geen trommelvlies en
middenoor maar wel de sta pes dat onderin de schedel bij het kaakgewricht ligt. Een slang
kan dus doordat hij geen trommelvlies heeft geen geluidstrillingen via lucht 'horen'. Het
inwendig oor reageert echter wel op geluiden met een heel lage frequentie en trillingen via
de grond doordat deze via de schedelbeenderen doorgegeven worden. Van veel groter belang
voor de waarneming is het orgaan van Jacobson (vomeronasaal orgaan) dat de funktie van een
neus heeft. Het ligt bovenin de mond en op de afvoergang hiervan ligt de tong in rust. Het
reptiel neemt met de tong reukstoffen op en leidt deze naar het orgaan van jacobson.
Bepaalde slangen hebben in de boven of onderkaak organen die zeer hittegevoelig zijn.Het centrale zenuwstelsel bestaat uit hersenen en een ruggemerg, zoals bij alle gewervelde dieren. Er is in beide hersenhelften al een schorslaag (cortex) zichtbaar. Reptielen hebben twaalf paar hersenzenuwen, wat terug te vinden is bij alle op het land levende hogere gewervelden.
Terugkeren naar Inhoudsopgave