1. Koudbloedigheid (ectotherm)
2. Aanwezigheid van longen
3. Directe ontwikkeling zonder tussenkomst van een larvestadium
4. Een verhoornde huid, meestal met schubben
5. Dooierrijk van een schaal voorzien ei (amniot)
6. Inwendige bevruchting
7. Hart bestaat uit drie of vier ruimten
8. Beide aortabogen zijn nog aanwezig
9. Aanwezigheid van een nanier
10. Aanwezigheid van 12 paar hersenzenuwen
11. Twee paar ledematen met elk vijf vingers/tenen en klauwen
Schedel is door een enkelvoudige gewrichtsknobbel met de ruggegraat verbonden
Bekkengordel is met twee wervels verbondenEen geheel of gedeeltelijk verhemelte
Dit zijn de traditionele kenmerkende eigenschappen van reptielen en gaan voor de huidige soorten zonder meer op.
Men meent tegenwoordig echter dat de uitgestorven vliegende reptielen (Pterosauria) warmbloedig (endotherm) en bedekt
met haar waren. Ook Dinosaurussen moeten warmbloedig geweest zijn. De oudst, bekende vogel (Archeopteryx) wordt
tegenwoordig als kleine Dinosaurus gezien. De uitgestorven voorvaderen van de zoogdieren (Therapsida) moeten eveneens
warmbloedig geweest zijn en haar gehad hebben. Er gaan stemmen op om deze en andere groepen in te delen in een of
meerdere eigen klasse(n).
Reptielen zijn koudbloedig dat wil zeggen ze hebben niet het vermogen om hun eigen lichaamstemperatuur met behulp van zelf opgewekte warmte op peil te houden. Ze zijn afhankelijk van een externe energiebron (ectotherm). Hun lichaamstemperatuur varieert dus met de omgevingstemperatuur (poikilotherm). Dit in tegenstelling tot zoogdieren en vogels die endo- en homeotherm zijn.
Alle reptielen bezitten longen en geen van alle doorlopen ze een larvestadium met kieuwen, zoals amfibieën. Bij slangen is als gevolg van hun lange dunne lichaam de linker long rudimentair of zelfs geheel verdwenen. Hoewel de ademhaling bij alle reptielen voornamelijk en bij de meeste alleen door middel van longen plaatsvindt, zijn er soorten die ook anderen lichaamsdelen voor zuurstofopname en kooldioxide afgifte gebruiken bijv. aquatiele schildpadden en zeeslangen.
Terugkeren naar Inhoudsopgave